Nieuws uit de groepen

Wat leren we in groep 3?

Lezen
In groep 3 staat het leren lezen centraal. We gebruiken hiervoor de methode Veilig leren Lezen. Hierin zitten de vakken taal, lezen en spelling. Omdat kinderen heel verschillend zijn in hun ontwikkeling, is er de mogelijkheid de kinderen in te delen in vier verschillende niveaugroepen.
De methode kent de volgende niveaugroepen.
Ster -> deze kinderen hebben moeite met het leren lezen. Na de klassikale instructie komen deze kinderen in een klein groepje bij de leerkracht en oefenen ze extra met het flitsen van letters en het lezen van woorden op tijd.
Maan -> deze kinderen ontwikkelen zich gemiddeld en volgen het gewone programma.
Raket -> deze kinderen lezen ruim voldoende. In de verwerking van de letterzetter en het ringboekje krijgen zij werk op hun eigen niveau.
Zon -> deze kinderen kunnen vaak al bij de kleuters lezen. Zij volgen wel de instructie van de klas, maar werken in een ander werkboekje. Hierbij wordt al meer een beroep gedaan op hun leesvaardigheden.

Het eerste halfjaar zijn we bezig om alle letters aan te leren. Dit doen we met behulp van klankgebaren. Door het gebruik van de klankgebaren krijgen de kinderen een visuele ondersteuning om zich de letters eigen te maken. De letters moeten geautomatiseerd worden zodat de kinderen deze kennis kunnen gebruiken bij het lezen van woorden en teksten. Iedere 3 tot 4 weken nemen we bij de kinderen een leestoets af om hun ontwikkeling te volgen.

Het tweede halfjaar wordt er vooral gewerkt aan het tempo tijdens het lezen. We willen dat de kinderen steeds meer snelheid krijgen in het lezen. Ook lezen de kinderen dan woorden met meerdere lettergrepen. De aandacht ligt naast het lezen ook op het begrijpen van teksten.

Iedere dag wordt er heel veel tijd besteed aan het lezen. We adviseren ouders ook regelmatig thuis met hun eigen kind(eren) te lezen en/of hun kind(eren) voor te lezen.

Spelling
Spelling zit geheel verwerkt in onze leesmethode. We starten op een speelse wijze met spelling door het leggen van woorden bij het juiste plaatje. Dit doen we de eerste twee kernen. Na de eerste twee kernen gaan de kinderen al echt oefendictees maken in hun schrift.
Tijdens de spellinglessen gebruiken we de BLOON – methode. BLOON staat voor bekijken, lezen, onthouden, opschrijven, nakijken. De kinderen mogen het woord eerst goed bekijken, daarna hardop lezen, vervolgens gaan de kinderen het woord onthouden en haalt de leerkracht het woord weg, waarna de kinderen het woord opschrijven. Tot slot mogen de kinderen het woord nakijken. Op deze manier leren de kinderen zich het woord in te prenten in hun hoofd. In het tweede halfjaar worden de spellingvaardigheden van de kinderen getoetst.

Schrijven
Het schrijven loopt parallel aan het leesonderwijs. De kinderen leren dezelfde letter schrijven die ook bij het lezen wordt aangeboden. Zo wordt er een mooie koppeling gemaakt tussen het lezen en schrijven. De eerste periode schrijven de kinderen nog groot en oefenen we vooral de schrijfletter. Daarna gaan we kleiner schijven en ligt het accent meer op het schrijven van woorden. In de laatste periode leren ze aan elkaar te schrijven en schrijven de kinderen al hele zinnen.

Rekenen
Het eerste halfjaar zijn we vooral bezig met het oriënteren op het vak rekenen. Ze leren 1 t/m 10 te schrijven, tellen de stippen van de dobbelsteen en leggen kaartjes van de getallenlijn op volgorde. Vervolgens beginnen we ‘echte’ sommen te maken tot het tiental en leren de kinderen splitsen. De getallenlijn wordt uitgebreid tot het getal veertig.

Tijdens de projectlessen leren de kinderen de beginselen van de onderdelen meten, tijd en geld. Zo vergelijken ze de inhoud van verschillende gevulde glazen, leren ze klokkijken (hele uren) en oefenen ze het rekenen met muntjes geld.  

Na het eerste halfjaar wordt het rekenonderwijs op de volgende wijze aangeboden. De les wordt in gezamenlijkheid opgestart met een (korte) klassikale instructie waarna de kinderen op hun eigen niveau verder werken aan de leerstof.  De leerstof gaat uit van sterren. De ‘een ster’ kinderen vinden het rekenen nog lastig en krijgen na de instructie een verlengde instructie van de leerkracht met behulp van het bijwerkboek. De ‘twee ster’ kinderen maken het rekenen gemiddeld en gaan na de instructie zelfstandig verder met hun rekentaken. De ‘drie ster’ kinderen gaat het rekenen goed af en gaan na de instructie verder met hun rekentaak die wat meer complexe sommen bevat. Ook werken deze kinderen vaak in een rekenpluswerkboek. In het tweede halfjaar leren de kinderen splitsen met grotere getallen, maken al sommen tot het twintigtal en leren ze tellen tot 100. Het klokkijken wordt uitgebreid met het leren aflezen van de halve uren.

 Hieronder de rekendoelen per blok.



Overige vakken
Naast lezen, schrijven, spelling en rekenen doen we in groep 3 natuurlijk nog veel meer. Zo hebben de kinderen twee keer in de week gym, hebben de kinderen iedere week een handvaardigheidles, een tekenles, een verkeersles, een les Engels en een muziekles, krijgen de kinderen wekelijks het vak ‘Wijzer door de Wereld’ en leren ze over techniek.

Zelfstandig werken
In de klas leren we steeds meer om zelfstandig te werken. Dit houdt in dat de kinderen zelfstandig met een opdracht aan het werk kunnen. De leerkracht heeft na de gewone instructie vaak een verlengde instructie. De andere kinderen zetten dan hun blokje op tafel. Als de groene kant boven is, betekent dit dat het kind zelf aan het werk is, maar evt. vragen van iemand uit zijn groepje best fluisterend wil beantwoorden. Is het blokje op rood gezet, dan betekent dit dat het kind even niet gestoord wil worden door klasgenoten. Staat het blokje met het vraagteken naar boven, dan betekent dit dat het kind een vraag heeft voor de leerkracht en kunnen we snel zien wie er tijdens een rondje lopen door de klas even op weg geholpen moet worden. Het is wel belangrijk dat de kinderen leren om bij een vraag de opdracht eerst even over te slaan tot juf tijd heeft om te komen uitleggen.

BLP
BLP staat voor Building Learning Power. Het doel van Building Learning Power is om het lerend vermogen bij kinderen te ontwikkelen, zowel op school als daar buiten. Centraal staat het creëren van een leercultuur in de klaslokalen en in de school in het algemeen. Een cultuur waarin de leerlingen systematisch gewoonten en houdingen aanleren om problemen op te lossen. BLP maakt de vergelijking met sport, waarin het langdurig en professioneel trainen van spieren noodzakelijk is voor het leveren van een (top)prestatie. Voor de ‘leerspieren’ geldt hetzelfde. Naarmate deze spieren beter worden getraind, in een goede context, neemt het leervermogen van de leerlingen toe. Waar in de sport de trainer/coach belangrijk is voor het ontwikkelen van talenten, is het in de school de leerkracht die deze rol vervult.